De 20 belangrijkste golfregels op een rij: een beknopte spiekbrief voor in de baan

Een kant-en-klare en uiterst beknopte spiekbrief van de twintig meest voorkomende golfregels om snel beslissingen te nemen in de baan.

Etikette & regels
Lees met AI
In dit artikel

De officiële regelgids van de R&A en de NGF is een dik boekwerk vol complexe uitzonderingen. In de praktijk van een wekelijkse golfronde of wedstrijd heb je echter 95 procent van de tijd voldoende aan een selecte groep basisregels. Dit artikel fungeert als een kant-en-klare, beknopte spiekbrief. Sla dit overzicht op in je telefoon zodat je bij twijfel op de fairway direct de juiste beslissing kunt nemen.

De algemene principes

  1. Speel de bal zoals hij ligt: Je mag de ligging van je bal niet verbeteren door gras plplat te drukken of takken weg te buigen, tenzij dit puur het gevolg is van het innemen van je normale stand voor de swing.
  2. Speel de baan zoals je hem aantreft: Verander niets aan de natuurlijke elementen van de baan om jezelf een voordeel te geven.
  3. Maximale aantal clubs: Je mag maximaal 14 clubs meenemen in je golftas tijdens een officiële ronde. Het meenemen van meer clubs kost je strafslagen.

Op de afslagplaats (Tee-box)

  1. Binnen de markers slaan: Je moet afslaan vanaf of achter de lijn tussen de twee afslagmarkers. Je mag de tee tot maximaal twee clublengtes achter deze lijn in de grond steken. Slisla je per ongeluk van buiten deze zone? In strokeplay kost dit twee strafslagen en moet je de slag overdoen.
  2. Bal valt van de tee voor de swing: Als je de bal per ongeluk van de tee tikt tijdens het adresseren (zonder de intentie te hebben om een slag te maken), is dat geen slag. Je mag de bal gewoon zonder straf terugleggen.

Losse natuurlijke voorwerpen en obstakels

  1. Losse natuurlijke voorwerpen (Loose impediments): Losse bladeren, takjes, steentjes en dennenappels mag je overal in de baan — dus ook in bunkers en hindernissen — zonder straf weghalen. Als de bal daardoor per ongeluk beweegt, kost dat buiten de green één strafslag (behalve op de green, daar leg je hem straffeloos terug).
  2. Vaste obstakels (Immovable obstructions): Vaste, door de mens gemaakte voorwerpen zoals sprinklerkoppen, geasfalteerde paden, richtingaanwijzers en schuilhutjes mag je zonder straf ontwijken als ze je stand of swing fysiek hinderen. Je bepaalt het dichtstbijzijnde punt zonder hinder en dropt de bal binnen één clublengte, niet dichter bij de hole.

Ballen zoeken en identificeren

  1. Zoektijd is maximaal drie minuten: De zoektijd naar een vermiste bal bedraagt exact drie minuten vanaf het moment dat je (of je flightgenoten) bent begonnen met zoeken. Is de tijd voorbij? Dan is de bal officieel verloren.
  2. De bal identificeren: Als je een bal in de rough vindt en je weet niet zeker of het de jouwe is, mag je de bal markeren en oppakken om hem te bekijken. Je moet dit vooraf melden aan je medespelers en je mag de bal niet helemaal schoonmaken, alleen net genoeg om je merkteken te zien.

Onspeelbare bal en verloren bal

  1. Onspeelbare bal (Unplayable ball): Je mag je bal overal in de baan (behalve in een rode of gele hindernis) zelfstandig onspeelbaar verklaren. Dit kost één strafslag. Je hebt drie opties: de slag overdoen vanaf de vorige plek, in een rechte lijn naar achteren weglopen op de lijn hole-bal, of de bal binnen twee clublengtes droppen (niet dichter bij de hole).
  2. Verloren of buiten de baan (Out of bounds): Als je bal buiten de baan vliegt (gemarkeerd met witte palen) of onvindbaar verloren is, moet je met één strafslag verplicht terug naar de plek waar je de vorige slag sloeg (stroke and distance).
  3. De provisionele bal: Vermoed je dat je bal verloren of buiten de baan is? Sla dan direct vanaf dezelfde plek een provisionele bal voordat je vooruit loopt om te zoeken. Dit bespaart enorm veel tijd. Meld dit wel vooraf duidelijk aan je flightgenoten.

Hindernissen (Rode en gele palen)

  1. Gele hindernis (Frontale waterpartij): Ligt je bal in een zone met gele palen? Met één strafslag mag je de slag overdoen vanaf de vorige plek, of in een rechte lijn naar achteren weglopen op de lijn hole-bal. Je mag de bal ook spelen zoals hij ligt, zonder strafslag.
  2. Rode hindernis (Zijwaartse waterpartij): Bij rode palen heb je dezelfde opties als bij geel, plus een extra optie: met één strafslag droppen binnen twee clublengtes vanaf het punt waar de bal de grens van de hindernis voor het laatst kruiste (niet dichter bij de hole).
  3. Oefenswings in een hindernis: Je mag in een rode of gele hindernis gewoon oefenswings maken en daarbij de grond of het water aanraken, zolang je de ligging van de bal maar niet verbetert.

De zandbunker

  1. Zand niet aanraken voor de slag: In de bunker mag je het zand niet aanraken met je club tijdens een oefenswing of tijdens de achterwaartse beweging van je daadwerkelijke swing. Dit kost twee strafslagen. Je mag je club wel in het zand zetten om op te steunen als je de bunker in- of uitstapt.
  2. Onspeelbaar in de bunker: Verklariar je de bal onspeelbaar in de bunker? Dan mag je de bal met één strafslag binnen de bunker droppen. Sinds de recente regelwijzigingen mag je de bal ook buiten de bunker droppen op de lijn hole-bal, maar dat kost je twee strafslagen.

Op de green

  1. Schade repareren: Op de green mag je nagenoeg alle schade repareren voordat je put. Denk aan pitchmarks, oude hole-posities en sporen van spikes van schoenen. Je mag de puttlijn echter niet platwalsen om een spoor te maken.
  2. De vlaggenmast laten staan: Je mag de vlaggenmast gewoon in de hole laten staan tijdens het putten. Als je geputte bal de vlaggenmast raakt terwijl deze in de hole staat, is dat volledig straffeloos.
  3. Bal beweegt per ongeluk op de green: Als jij, je caddie of je flightgenoot de bal of de ballmarker per ongeluk beweegt op de green (bijvoorbeeld tijdens het weghalen van een blaadje), is dat straffeloos. Leg de bal simpelweg terug op de oorspronkelijke plek en speel verder.

Klaar om te starten met golf?

Bekijk welke golfprofessionals beschikbaar zijn, vergelijk prijzen en boek je cursus.