Beter putten als beginner: vier simpele tips voor minder slagen op de green
Op de green worden de meeste slagen gemaakt, en juist daar valt voor beginners de meeste winst te halen. Met deze vier eenvoudige putt-tips rol je de bal dichter bij de hole, zonder dat je harder hoeft te slaan.
In dit artikel
Op de green worden de meeste slagen van een ronde gemaakt, en daar liggen voor beginnende golfers ook de makkelijkste punten. Een gemiddelde beginner verspeelt al snel een paar slagen per ronde door drie of vier keer te putten op één green. Het goede nieuws is dat putten geen kracht en geen ingewikkelde swing vraagt. Met een paar eenvoudige aanpassingen rol je de bal meteen dichter bij de hole.
1. Leg je ogen recht boven de bal
Een zuivere putt begint bij een goede opstelling. Ga zo staan dat je ogen recht boven de bal hangen. Zo kijk je langs je doellijn in plaats van er schuin overheen, en richt je veel nauwkeuriger. Een simpele test: laat vanuit je oog een tweede bal vallen bij het adresseren. Landt die op je bal op de grond, dan sta je goed.
2. Laat de lengte van je zwaai het werk doen
De meest gemaakte beginnersfout is harder slaan bij een langere putt. Daardoor verlies je je gevoel voor afstand. Beter is om je tempo gelijk te houden en de lengte van je terugzwaai de afstand te laten bepalen, als een slinger die rustig heen en weer gaat. Korte putt is korte zwaai, lange putt is langere zwaai, met steeds hetzelfde rustige ritme. Oefen dit door naar drie verschillende afstanden te putten en te voelen hoeveel zwaai elke lengte vraagt.
3. Hou je hoofd en onderlichaam stil
Beweeg alleen je schouders en armen, en hou je benen, heupen en hoofd stil. De grootste verleiding is om te vroeg te kijken waar de bal heen gaat. Doe dat niet. Hou je hoofd stil tot je de bal hoort wegrollen of zelfs tot je hem in de hole hoort vallen. Dat ene detail maakt je putts opvallend zuiverder.
4. Lees de lijn en kies één punt
Loop voor je putt even achter de bal staan en kijk welke kant de green afloopt. Kies daarna een klein punt op je lijn, bijvoorbeeld een spikkel of een oud pitchmark, en rol de bal daaroverheen. Eén lijn kiezen en daar vol op vertrouwen is beter dan twijfelen tijdens je slag. En onthoud: de juiste snelheid is belangrijker dan de perfecte lijn. Een bal met goede snelheid valt vaker, ook als je lijn net niet helemaal klopt.
Een oefening voor de oefengreen
Leg vier tees in een kleine cirkel rond de hole, op ongeveer een meter afstand. Probeer ze alle vier achter elkaar weg te putten. Lukt dat, leg de cirkel dan een halve meter verder. Deze oefening traint je gevoel voor korte putts, precies de afstanden waarop beginners de meeste slagen weggeven.
Waarom dit juist voor beginners loont
Bijna de helft van al je slagen maak je op en rond de green. Dat is meteen de plek waar je het snelst slagen bespaart, helemaal omdat putten niet om kracht of lenigheid draait. Of je nu net je golfvaardigheidsbewijs hebt gehaald of al een tijdje speelt: een halfuurtje op de oefengreen levert vaak meer rendement op dan honderd ballen op de drivingrange. En elke slag die je hier wint, telt direct mee als je je scores invoert en je handicap omlaag wilt brengen.