Pitchen: de slag tussen chip en volle swing onder de knie krijgen
Twintig tot vijftig meter van de green is voor veel beginners de lastigste afstand van de baan. Zo leer je pitchen met de klokmethode en houd je controle over afstand en hoogte.
In dit artikel
Er is een afstand waar bijna elke beginner een hekel aan heeft: te ver voor een chip, veel te dichtbij voor een volle wedge. Je staat op veertig meter van de vlag, en je hebt geen idee hoe hard je moet slaan. Het resultaat is meestal een van twee dingen: een slag die twintig meter tekort komt, of een bal die over de green heen vliegt. In deze tip leer je pitchen, en vooral: hoe je die afstand voorspelbaar maakt.
Kort gezegd: pitchen is een verkorte swing met een lofted club, waarbij je de afstand regelt met de lengte van je backswing, niet met de kracht van je slag.
Chippen of pitchen: wat is het verschil?
|
|
Chip |
Pitch |
|---|---|---|
|
Afstand |
Tot ongeveer 15 meter |
15 tot 50 meter |
|
Balvlucht |
Laag, veel rol |
Hoog, weinig rol |
|
Beweging |
Kort, uit de schouders |
Verkorte swing met polsbreuk |
|
Vuistregel |
Weinig lucht, veel grond |
Veel lucht, weinig grond |
Een chip stuiter je richting de vlag en laat je rollen. Een pitch vliegt het grootste deel van de afstand door de lucht en blijft daarna vrij snel liggen. Voor de chip lees je Beter chippen rond de green.
De setup: klein, smal en stabiel
Hier valt de meeste winst te halen, nog voordat je beweegt.
- Smalle stand. Voeten ongeveer op heupbreedte, dichter bij elkaar dan bij een volle swing.
- Iets open standlijn. Draai je voeten en heupen een paar graden naar het doel. Dat geeft je heupen ruimte om door te draaien.
- Gewicht licht op je voorste voet, ongeveer 60/40. Zo raak je de bal eerst en de grond daarna.
- Bal in het midden van je stand, of net iets voor het midden.
- Handen boven of net vóór de bal. Nooit erachter.
- Grip een tikje korter. Twee centimeter lager op de grip geeft je meteen meer controle.
Blijf in die positie staan. De meeste mislukte pitches komen doordat het gewicht tijdens de swing naar achteren zakt. Dan probeer je de bal omhoog te scheppen in plaats van hem te raken.
De klokmethode: afstand zonder gokwerk
Dit is het belangrijkste idee van deze tip. Stel je voor dat je linkerarm (rechtshandige speler) een wijzer van een klok is. Je bepaalt je afstand door te kiezen tot welk uur je terugzwaait.
- 7:30 uur: arm net onder heuphoogte, korte pitch
- 9 uur: arm horizontaal, middellange pitch
- 10:30 uur: arm schuin omhoog, lange pitch
De doorswing is bij alle drie ongeveer even lang als de backswing. Dat is essentieel: je versnelt altijd door de bal heen, ook bij de korte versie. Niet afremmen.
Combineer die drie posities met twee of drie clubs, en je hebt ineens zes tot negen betrouwbare afstanden:
|
|
Sandwedge (56°) |
Pitching wedge (46°) |
|---|---|---|
|
7:30 uur |
± 20 m |
± 30 m |
|
9 uur |
± 35 m |
± 50 m |
|
10:30 uur |
± 45 m |
± 70 m |
Let op: dit zijn voorbeeldgetallen. Jouw afstanden zijn anders, en dat is precies het punt. Ga ze zelf meten.
Zo maak je je eigen tabel
- Neem je sandwedge en dertig ballen mee naar de range.
- Sla tien ballen op 7:30 uur en kijk waar het middelpunt van de groep landt.
- Herhaal voor 9 en 10:30 uur.
- Doe hetzelfde met je pitching wedge.
- Schrijf de zes getallen op een kaartje in je tas.
Dat kaartje is het verschil tussen gokken en spelen. Meer over gestructureerd oefenen in Golfsimulator of driving range.
De vier fouten die je afstand slopen
- Afremmen vóór de bal. Je twijfelt halverwege, remt af en de bal komt tien meter tekort. Oplossing: kies een kortere backswing en versnel er wél doorheen.
- Scheppen. Je probeert de bal omhoog te helpen met je polsen. De loft van je club doet dat al voor je: sla naar beneden, dan gaat hij vanzelf omhoog. Zie Low point control in golf.
- Alleen met de armen slaan. Je romp moet meedraaien, ook bij een korte swing. Anders wordt het een handjes-slag en verlies je alle consistentie.
- Altijd volle kracht met een kortere club. Dat is de klassieke beginnersoplossing en de reden dat de afstandcontrole nooit komt. Regel de afstand met de lengte van je swing, niet met kracht.
Welke club pak je?
- Sandwedge (54–58°): de standaard. Hoog, zacht, blijft snel liggen.
- Gap of pitching wedge (46–52°): als je verder moet of als er ruimte is om te rollen.
- Bij tegenwind of harde greens: pak een club minder loft en speel een lagere pitch. Zie Golfen in de wind.
Vuistregel voor beginners: gebruik de minste loft die het werk doet. Hoe lager de bal vliegt, hoe minder er mis kan gaan.
Een oefening die echt helpt
Leg drie handdoeken of paraplu's op 20, 35 en 50 meter op de oefenweide. Sla telkens drie ballen naar één doel, dan door naar het volgende, en weer terug. Niet tien keer hetzelfde, want juist het wisselen leert je lichaam de afstanden voelen.
Doe dit tien minuten per oefensessie. Dat is meer waard voor je score dan een half uur drivers slaan.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke afstand ga ik pitchen in plaats van chippen? Grofweg vanaf vijftien meter, of zodra er iets tussen jou en de vlag ligt waar je overheen moet.
Moet ik mijn polsen breken bij een pitch? Ja, licht. Bij een chip houd je je polsen rustig, bij een pitch mogen ze meebuigen, vooral bij de langere versies.
Waarom sla ik steeds de grond eerst? Meestal omdat je gewicht naar achteren zakt. Houd 60% van je gewicht op je voorste voet, van begin tot eind.
Kan ik hiermee ook uit de rough pitchen? Ja, maar reken op minder controle en meer rol. Neem uit dik gras iets meer loft en een fractie meer swing.