Je eigen afstandentabel maken: stoppen met gokken bij je clubkeuze
De meeste golfers overschatten hun afstanden met tien tot twintig meter. Zo meet je in twee sessies wat je echt slaat, en waarom je moet rekenen met je gemiddelde en niet met je beste slag.
In dit artikel
Vraag een willekeurige golfer hoe ver hij zijn ijzer 7 slaat, en je krijgt een getal dat hij één keer heeft gehaald, met de wind mee, op een droge zomerdag. Dat is menselijk, en het is ook de reden dat de meeste amateurs hun approaches structureel te kort laten. Onderzoek naar amateurgolf laat consequent zien dat de gemiddelde speler veel vaker voor de green blijft dan erachter. Een afstandentabel lost dat op, en je maakt hem in twee sessies. In deze tip lees je precies hoe.
Kort gezegd: meet per club je gemiddelde carry over minstens tien ballen, gooi de uitschieters weg, en gebruik dat gemiddelde op de baan. Niet je beste slag.
Waarom bijna iedereen te kort komt
Drie dingen werken tegen je, en ze stapelen.
Je onthoudt je beste slag. De ene keer dat je ijzer 7 honderdvijftig meter ging, blijft hangen. De twintig keer dat hij honderdvijfendertig ging niet.
Je meet naar de vlag, niet naar het midden. Een vlag die voorin staat en een green van dertig meter diep maken een verschil van vijftien meter uit.
Je rekent met carry en uitloop door elkaar. Op de range zie je waar de bal stilligt, op de baan telt vooral waar hij landt, zeker als er een bunker voor de green ligt.
Bij elkaar zorgt dat ervoor dat de gemiddelde amateur zijn approach structureel te kort laat, en dat is precies de plek waar de meeste bunkers en waterpartijen liggen.
Wat je gaat meten
Er zijn twee getallen per club, en het onderscheid is belangrijk.
Carry is de afstand die de bal door de lucht vliegt tot hij landt. Dit is het getal dat je op de baan nodig hebt, want het bepaalt of je over de bunker komt.
Totaal is carry plus uitloop. Dit varieert enorm met de ondergrond: op een droge zomerfairway rolt de bal ver door, op een natte winterfairway nauwelijks. Zie Zomer- versus winterondergrond.
Noteer als het kan allebei, maar gebruik op de baan de carry.
Methode 1: met launchdata
De snelste en nauwkeurigste manier. Steeds meer driving ranges hebben een systeem met radar of camera dat per bal je carry en totale afstand meet.
Zo doe je het:
- Warm eerst tien minuten op. Koude spieren geven te lage getallen. Zie De 5-minuten warming-up.
- Sla tien ballen per club, in je normale ritme. Niet forceren.
- Streep de twee beste en de twee slechtste weg. Wat overblijft is realistisch.
- Neem het gemiddelde van de resterende zes.
- Rond af naar beneden, op vijf meter nauwkeurig.
Dat afronden naar beneden is bewust. Je tabel moet je op de baan niet teleurstellen.
Meer over wat launchdata je verder vertelt staat in Trackman-data: smash factor uitgelegd.
Methode 2: zonder apparatuur
Kan prima, en het kost je één rustige ronde of een sessie op de oefenweide.
Op een oefenweide met afstandsbordjes: sla tien ballen per club naar een bordje en kijk waar het middelpunt van je groep ligt. Niet je verste bal, het middelpunt.
Op de baan met een afstandsmeter: meet vanaf de plek waar je sloeg naar de plek waar de bal landde. Doe dat een paar ronden lang voor elke club, en noteer het in je telefoon. Na drie ronden heb je genoeg gegevens.
Met een GPS-horloge of app: die geven vaak automatisch de afstand van je vorige slag, wat dit een stuk makkelijker maakt. Zie Afstandsmeter of GPS-horloge.
Let op één ding bij het meten op de range: rangeballen vliegen minder ver dan gewone ballen, vaak vijf tot tien procent. Meet je met rangeballen, tel er dan een paar meter bij op.
Zo ziet je tabel eruit
Een voorbeeld voor een speler met een gemiddelde snelheid. Dit zijn niet jouw getallen, het gaat om de structuur.
|
Club |
Carry |
Totaal |
|---|---|---|
|
Driver |
180 m |
200 m |
|
Hout 3 |
165 m |
180 m |
|
Hybride 4 |
150 m |
162 m |
|
IJzer 6 |
135 m |
143 m |
|
IJzer 7 |
125 m |
132 m |
|
IJzer 8 |
115 m |
121 m |
|
IJzer 9 |
105 m |
110 m |
|
Pitching wedge |
95 m |
99 m |
|
Gap wedge |
80 m |
83 m |
|
Sand wedge |
65 m |
67 m |
Waar je op let als je je eigen tabel af hebt:
Zitten er gaten van meer dan vijftien meter? Dan mis je een club. Dat gebeurt vaak tussen de pitching wedge en de sand wedge, en het is precies waarom de gap wedge bestaat. Zie Loft en lie uitgelegd.
Overlappen er twee clubs? Dan doet er eentje niets nuttigs. Bij veel beginners is dat het geval bij de langste ijzers, en dan is een hybride vaak een betere keuze. Zie Woods, hybrides en lange ijzers.
Corrigeren op de baan
Je tabel is een uitgangspunt bij ideale omstandigheden. Op de baan pas je aan.
|
Situatie |
Aanpassing |
|---|---|
|
Tegenwind |
1 club per 10 km/u wind, en speel laag |
|
Meewind |
1 club minder, en hoger |
|
Koud weer, onder 10 graden |
1 club meer |
|
Warm weer, boven 25 graden |
Soms een halve club minder |
|
Bergop naar de green |
1 club meer per 5 meter hoogteverschil |
|
Bergaf |
1 club minder per 5 meter |
|
Natte fairway in de winter |
Geen uitloop, reken puur op carry |
|
Uit de rough |
Onvoorspelbaar, kies veilig |
Voor tegenwind is er een tweede aanpassing die minstens zo belangrijk is: sla lager. Zie De punch shot en Golfen in de wind. Voor hoogteverschillen zie Hoogteverschil in golf.
De belangrijkste regel: mik op het midden
Nu je je afstanden kent, is er nog één beslissing die het meest oplevert.
Meet naar het midden van de green, niet naar de vlag. Een green is vaak twintig tot dertig meter diep. Staat de vlag achterin en mik je erop, dan is de kans op te kort spelen groot, en te kort ligt bijna altijd de bunker.
Mik je op het midden, dan heb je bij een vlag voorin nog steeds green onder je bal, en bij een vlag achterin ook. Dat is de goedkoopste scoreverbetering die er bestaat en hij kost je niets aan techniek.
Meer over dit soort keuzes staat in Wat is short sided in golf.
Houd hem actueel
Twee momenten om je tabel bij te werken:
Aan het begin van elk seizoen. Je swing verandert, zeker in je eerste jaren. Meet in maart of april opnieuw.
Na nieuwe clubs. Vooral bij ijzers, want de lofts verschillen sterk per set. Een nieuwe ijzer 7 kan zomaar tien meter verder gaan dan je oude. Zie Loft en lie uitgelegd.
Schrijf de tabel op een kaartje en plak hem in je tas of op de schacht van je trolley. Een tabel in je telefoon is prima, maar op de baan wil je hem in twee seconden kunnen zien.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ballen moet ik per club slaan? Minstens tien, liever vijftien. Bij minder heb je te veel invloed van toeval.
Moet ik dit voor elke club doen? Begin met je ijzers en wedges, want daar doet precisie het meest. Driver en houten zijn minder kritisch omdat je daar zelden op een exacte afstand mikt.
Wat als mijn afstanden per dag verschillen? Dat is normaal, en het is precies waarom je met een gemiddelde werkt in plaats van met je beste slag.
Moet ik ook halve swings meten? Zeker, en dat is een van de nuttigste toevoegingen. Zie de klokmethode in Pitchen: de slag tussen chip en volle swing.
Kloppen de afstanden op de scorekaart? Die zijn gemeten vanaf de tee tot het midden van de green, niet tot de vlag. Kijk waar de vlag staat, of gebruik een afstandsmeter.
Zijn de getallen op internet bruikbaar? Als grove indicatie, meer niet. De spreiding tussen amateurs is enorm, en je hebt niets aan het gemiddelde van iemand anders.
Twee sessies, de rest van je golfleven profijt
De praktische kern: reserveer één rangesessie voor je ijzers en één voor je wedges en houten, meet zoals hierboven beschreven en schrijf de uitkomst op een kaartje. Dat is ongeveer twee uur werk, en het is waarschijnlijk de best bestede oefentijd van je seizoen.
Bij Zalm Golf werken onze professionals met launchdata, zodat je je afstanden in één sessie in kaart brengt in plaats van er drie ronden over te doen. Lees ook Golfsimulator of driving range.