De backswing: waarom de eerste dertig centimeter alles bepalen

De meeste swingfouten ontstaan in het eerste stukje van je terugzwaai, voordat er ook maar iets is gebeurd. Zo werkt de takeaway, en hoe je hem thuis kunt oefenen.

Techniek
Lees met AI
In dit artikel

Als een golfleraar naar je swing kijkt, kijkt hij zelden naar het moment waarop je de bal raakt. Dat is te snel en te laat. Hij kijkt naar het begin, want vrijwel alles wat er in een golfswing misgaat, is al besloten in de eerste dertig centimeter. Dat stuk heet de takeaway, en het is het enige deel van de swing dat langzaam genoeg gaat om bewust te sturen. In deze tip lees je wat er in dat eerste stukje moet gebeuren, welke drie fouten er domineren, en hoe je het thuis voor een spiegel kunt oefenen.

Kort gezegd: de eerste dertig centimeter beweegt de club laag en recht naar achteren, aangedreven door je romp en schouders, niet door je handen. Wat daarna gebeurt, is grotendeels het gevolg daarvan.

Waarom juist dat eerste stukje

Een golfswing duurt ongeveer anderhalve seconde, waarvan de downswing minder dan een kwart seconde. In die kwart seconde kun je niets meer corrigeren. Je hersenen zijn simpelweg te traag om tussen de top van je swing en impact nog iets bij te sturen.

Wat je wél kunt sturen is het begin. En dat begin bepaalt drie dingen:

  • Het vlak waarop je club beweegt. Trek je hem meteen naar binnen, dan moet er later iets gebeuren om dat te compenseren.
  • De stand van je clubblad. Draai je in het eerste stukje je polsen, dan staat het clubblad in de top al open of dicht.
  • Of je romp meedoet. Begin je met je handen, dan blijft je romp achter en moeten je armen het hele werk doen.

Vandaar dat het bijna nooit een oplossing is om aan je downswing te sleutelen. Je repareert dan een gevolg.

Hoe de volgorde van bewegen hoort te lopen staat in De kinematische sequentie.

Wat er moet gebeuren

De takeaway loopt van adres tot ongeveer het moment dat de club horizontaal is, ongeveer op heuphoogte. Dat is die eerste dertig tot vijftig centimeter clubhoofdbeweging.

Wat beweegt: je borstkas, je schouders en je armen als één geheel. Denk aan een driehoek tussen je twee armen en je borst die intact blijft.

Wat niet beweegt: je polsen, in elk geval nog niet actief. En je onderlichaam blijft grotendeels stabiel, al mag je voorste knie licht meegeven.

Waar de club naartoe gaat: laag over de grond en recht naar achteren langs je doellijn, of een fractie naar binnen. Niet omhoog, niet ver naar buiten.

Wat het clubblad doet: het draait mee met je lichaam, waardoor het aan het eind van de takeaway ongeveer parallel staat aan je ruggengraat. Dat lijkt open, maar dat is precies goed. Het clubblad hoort niet naar de hemel te wijzen.

Het checkpoint dat je kunt onthouden

Zwaai tot de club horizontaal is en bevries daar. Als het goed is:

  • Wijst de schacht ongeveer parallel aan je doellijn.
  • Staat de toe van je clubhoofd omhoog of licht naar achteren.
  • Is de driehoek tussen je armen en borst nog intact.
  • Zijn je handen nog voor je borst, niet ver achter je lichaam.

Dat is het enige punt in de hele swing dat je zonder camera kunt controleren, en het is dus goud waard.

De drie fouten die je waarschijnlijk maakt

1. Beginnen met de handen

Verreweg de meest voorkomende. Je tilt de club op met je armen en polsen terwijl je borstkas blijft staan. Gevolg: je hebt geen rotatie opgebouwd, dus in de downswing moet je met je armen kracht zetten. Dat levert een steile aanval, vetslagen en weinig afstand op.

Herkenbaar aan: je clubhoofd gaat meteen omhoog in plaats van laag naar achteren, en je voelt spanning in je onderarmen.

Oplossing: begin de beweging vanuit je linkerschouder (bij een rechtshandige speler). Denk: "mijn schouder duwt de club weg", niet "mijn handen tillen de club op".

2. De club naar binnen trekken

Je haalt de club direct achter je lichaam langs, aan de binnenkant van de doellijn. Dat voelt krachtig maar dwingt je in de downswing om er weer overheen te komen, met de klassieke van-buiten-naar-binnen beweging als gevolg.

Herkenbaar aan: je slaat structureel een slice, en op video zie je je handen in de takeaway snel achter je lichaam verdwijnen.

Oplossing: leg een club of alignment stick op de grond langs je doellijn en probeer je clubhoofd de eerste dertig centimeter parallel daaraan te houden. Meer over waarom dit een slice veroorzaakt staat in Slice herstellen.

3. Te snel beginnen

Golfers die gespannen zijn, rukken de club weg. Snelheid aan het begin levert geen enkele meter op, want de club is dan nog helemaal niet bezig met versnellen. Wat het wél doet is je ritme verstoren en je timing onmogelijk maken.

Herkenbaar aan: je swing voelt gehaast en je resultaten zijn onvoorspelbaar, ook al voelt de beweging op zich goed.

Oplossing: tel voor jezelf. Backswing op "één", pauze aan de top, downswing op "twee". De backswing mag rustig drie keer zo lang duren als de downswing. Zie ook Concentratie behouden.

Vier oefeningen

De spiegeloefening (thuis, zonder bal)

De nuttigste oefening in dit hele artikel, en je hebt er alleen een club en een spiegel voor nodig.

  1. Ga in adrespositie staan met de spiegel voor je.
  2. Beweeg langzaam tot de club horizontaal is.
  3. Bevries en loop de vier checkpoints hierboven na.
  4. Corrigeer wat er niet klopt en herhaal.
  5. Doe dit twintig keer, drie keer per week.

Tien minuten per week is genoeg om dit te veranderen. Dat komt doordat je op deze snelheid daadwerkelijk kunt voelen wat je doet, en dat lukt op de range niet.

De stick-oefening (op de range)

Leg een alignment stick of een oude club op de grond, precies langs je doellijn, een halve meter achter je bal. Zwaai terug en probeer je clubhoofd erlangs te laten gaan zonder hem aan te raken.

Trek je naar binnen, dan mis je de stick aan de binnenkant. Ga je naar buiten, dan raak je hem. Directe feedback zonder dat je iemand nodig hebt.

De handdoekoefening

Klem een kleine handdoek onder beide oksels en maak halve swings. Verlies je de handdoek in de takeaway, dan zijn je armen losgekomen van je lichaam. Dit dwingt je om met je romp te beginnen in plaats van met je handen.

Één slag per bal, halve swing

Sla twintig ballen met een ijzer 8, maar alleen tot de horizontale positie en weer terug. Geen volle swing. Doel is niet afstand maar zuiver contact en het gevoel van de juiste beweging. Bouw daarna pas uit naar driekwart en vol.

Hoe je zo'n oefensessie efficiënt opbouwt staat in Driving range: hoe het werkt.

Wat er vóór de takeaway al fout kan gaan

Belangrijk om te noemen, want een perfecte takeaway vanuit een verkeerde uitgangspositie levert niets op.

  • Je grip. Een te sterke of te zwakke grip dwingt je polsen om iets te compenseren zodra je begint te bewegen. Zie De juiste golfgrip.
  • Je houding. Sta je te rechtop of hang je te ver voorover, dan verandert het vlak waarop de club natuurlijk beweegt. Zie Golfhouding en stand.
  • Je balpositie. Ligt de bal te ver naar voren of achteren, dan pas je onbewust je hele beweging aan. Zie Balpositie per club.
  • Je richting. Sta je verkeerd gericht, dan trekt je lichaam de club automatisch een andere kant op. Zie Alignment: mikken als een professional.

Loop die vier na voordat je aan je takeaway gaat sleutelen. Bij minstens de helft van de spelers zit het probleem daar.

Wat je vooral niet moet doen

Denk niet aan meerdere dingen tegelijk. "Laag en recht naar achteren, met mijn schouders, polsen stil, rustig tempo" is vier gedachten en dus drie te veel. Kies er één per sessie.

Overdrijf de rechte lijn niet. De club hoort na die eerste dertig centimeter wel degelijk naar binnen te komen, want je zwaait in een cirkel om je lichaam. Wie de club krampachtig recht naar achteren blijft duwen, komt vast te zitten.

Verwar langzaam niet met slap. Een rustige takeaway is niet hetzelfde als een krachteloze. Je bouwt spanning op, je doet het alleen niet gehaast.

Veelgestelde vragen

Hoe ver terug is de takeaway precies? Tot de club horizontaal is, ongeveer op heuphoogte. Daarna begint het volgende deel van de backswing.

Moet ik mijn polsen helemaal stilhouden? Niet actief draaien, maar er ontstaat vanzelf enige polsbreuk naarmate de club hoger komt. Forceer het niet, en blokkeer het ook niet.

Hoe ver moet mijn backswing doorgaan? Dat verschilt per speler en hangt af van je mobiliteit. Verder is niet automatisch beter. Een driekwart backswing die je kunt controleren, levert meer op dan een volle die je niet in de hand hebt.

Waarom voelt het goede eerst verkeerd? Omdat je een ingesleten patroon verandert. Reken op twee tot drie weken voordat de nieuwe beweging normaal aanvoelt.

Kan ik dit zelf zien zonder leraar? De spiegeloefening en een telefoonopname van opzij brengen je een heel eind. Voor de fijnere details is een professional sneller.

Helpt een langere backswing voor meer afstand? Niet zoveel als mensen denken. Afstand komt vooral uit snelheid en zuiver contact, niet uit lengte. Zie Krachttraining voor meer afstand.

Laat het een keer filmen

Vraag een flightgenoot om je vanaf de zijkant te filmen op de range, in slow motion als je telefoon dat kan. Zet de opname stil op het moment dat de club horizontaal is en leg hem naast de vier checkpoints uit dit artikel. Bijna iedereen schrikt van het verschil tussen wat hij denkt te doen en wat er gebeurt.

Bij Zalm Golf kijken onze professionals standaard naar de takeaway voordat ze naar iets anders kijken, juist omdat zoveel andere problemen daar hun oorsprong vinden. Een half uur daaraan besteed voorkomt vaak maanden aan verkeerd oefenen. Zie ook Een goede golfleraar kiezen.

Klaar voor de volgende stap?

Golfles boeken

Reserveer direct een les bij een gecertificeerde PGA-professional in jouw buurt.

Les boeken